dcsimg

Gekielter Feldsalat ( German )

provided by wikipedia DE
Wissenschaftlicher Name Valerianella carinata Loisel.

Der Gekielte Feldsalat (Valerianella carinata) ist ein in Mitteleuropa zerstreut vorkommender Angehöriger der Baldriangewächse (Valerianoideae).

Pflanzenbeschreibung

 src=
Stängel mit Laubblatt
 src=
Blüten-/Fruchtstand
 src=
Früchte

Die einjährige krautige Pflanze ähnelt in ihrem Aussehen sehr dem häufig vorkommenden Gewöhnlichen Feldsalat (Valerianella locusta). Sie erreicht meist Wuchshöhen zwischen 5 und 20, manchmal auch bis 40 cm. Der Stängel ist im Querschnitt sechskantig geformt und dicht abwärts gekrümmt behaart.

Die schmal spatelförmigen Laubblätter sind fast kahl, die oberen sind länglich-linealisch geformt und stumpf.

Der Blütenstand ist mehrfach gabelig verzweigt. Die Hochblätter sind in etwa so lang wie die Blüten.

Die bläulich-weißen Blüten sind etwa 1,5 mm lang.

Die Frucht hat eine Länge von etwa 2,5 mm und ist kahl bis kurzhaarig. Sie ist allseitig länglich geformt und im Durchmesser fast quadratisch. Sie besitzt eine tiefe Furche zwischen den leeren Fruchtfächern. Die Fruchtwand ist im Bereich der tiefen Furche dünnhäutig und durchscheinend. Im Bereich des samentragenden Fruchtfachs ist sie nicht verdickt. Die Frucht besitzt keinen deutlichen Kelchsaum.

Der Gekielte Feldsalat blüht vorwiegend in den Monaten April und Mai.

Die Chromosomenzahl beträgt 2n = 16 oder 18.[1]

Verbreitung und Standortansprüche

Der Gekielte Feldsalat kommt in Mittel- und Südeuropa und Nordafrika vor. Nach Osten dringt er bis in den Kaukasus und den Iran vor. Er ist ein submediterran-mediterranes Florenelement.

In Deutschland kommt die Art vorwiegend im mittleren und südwestlichen Gebiet vor. Darüber hinaus wird der Gekielte Feldsalat selten verschleppt aufgefunden. In Österreich kommt Valerianella carinata im pannonischen Gebiet zerstreut, ansonsten selten vor. In den Westalpen gilt er als gefährdet. In der Schweiz findet man ihn allgemein zerstreut vor.

Valerianella carinata wächst in Getreidefeldern, in Weinbergen und an Wegrändern. Die Art bevorzugt mehr oder weniger trockene, warme, nährstoffreiche und meist lehmige Böden. Er kam ursprünglich vor in Gesellschaften der Klasse Sedo-Scleranthetea, ist aber sekundär eingedrungen in Gesellschaften der Verbände Fumario-Euphorbion - hier besonders ins Geranio-Allietum vinealis - und Caucalidion lappulae.[1]

Literatur

Einzelnachweise

  1. a b Erich Oberdorfer: Pflanzensoziologische Exkursionsflora für Deutschland und angrenzende Gebiete. Unter Mitarbeit von Angelika Schwabe und Theo Müller. 8., stark überarbeitete und ergänzte Auflage. Eugen Ulmer, Stuttgart (Hohenheim) 2001, ISBN 3-8001-3131-5, S. 881.
license
cc-by-sa-3.0
copyright
Wikipedia Autoren und Herausgeber
original
visit source
partner site
wikipedia DE

Gekielter Feldsalat: Brief Summary ( German )

provided by wikipedia DE

Der Gekielte Feldsalat (Valerianella carinata) ist ein in Mitteleuropa zerstreut vorkommender Angehöriger der Baldriangewächse (Valerianoideae).

license
cc-by-sa-3.0
copyright
Wikipedia Autoren und Herausgeber
original
visit source
partner site
wikipedia DE

Gegroefde veldsla ( Dutch; Flemish )

provided by wikipedia NL
 src=
Vruchten

Gegroefde veldsla (Valerianella carinata) is een eenjarige plant, die behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). De soort komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa, Noord-Afrika en naar het oosten tot in de Kaukasus en Iran. Gegroefde veldsla staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland zeldzaam en matig afgenomen is. Het aantal chromosomen is 2n = 14, 16 of 18. Deze plant is onderscheidt zich van gewone veldsla door de langwerpige, niet ronde vruchtjes.

De plant wordt 7-15 cm hoog. De zeskantige stengel is dicht behaart met van de stengel afstaande gekromde haren. De onderste, 2–6 cm lange en 5–12 mm brede bladeren zijn spatelvormig en de bovenste bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig met een stompe top en een gave of of iets getande bladrand.

De plant bloeit in april en mei. De bloeistengel is meervoudig gaffelig vertakt. De schutbladen zijn ongeveer even lang als de bloemen. De vijfslippige, 1,5 mm grote bloemen zijn blauwachtig wit. De meeldraden staan op de bloemkroon ingeplant. Het driehokkige vruchtbeginsel is onderstandig, waarbij maar één hokje vruchtbaar is.

De langwerpige, bijna vierkantige, 2,5 mm lange vrucht is een kaal tot kort behaart nootje. Op dwarsdoorsnede is de rugzijde van het vruchtbare hokje niet kurkachtig verdikt en aan de buikzijde zitten de twee door een diepe groeve gescheiden onvruchtbare hokjes. De groeve is doorschijnend.

Voorkomen

De plant komt voor op matig voedselarme, neutrale tot kalkhoudende grond in akkerland, moestuinen, zeeduinen, dijken en op open plaatsen in grasland.

Externe links

Wikimedia Commons Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Valerianella carinata op Wikimedia Commons.
license
cc-by-sa-3.0
copyright
Wikipedia-auteurs en -editors
original
visit source
partner site
wikipedia NL

Gegroefde veldsla: Brief Summary ( Dutch; Flemish )

provided by wikipedia NL
 src= Vruchten

Gegroefde veldsla (Valerianella carinata) is een eenjarige plant, die behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). De soort komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa, Noord-Afrika en naar het oosten tot in de Kaukasus en Iran. Gegroefde veldsla staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland zeldzaam en matig afgenomen is. Het aantal chromosomen is 2n = 14, 16 of 18. Deze plant is onderscheidt zich van gewone veldsla door de langwerpige, niet ronde vruchtjes.

De plant wordt 7-15 cm hoog. De zeskantige stengel is dicht behaart met van de stengel afstaande gekromde haren. De onderste, 2–6 cm lange en 5–12 mm brede bladeren zijn spatelvormig en de bovenste bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig met een stompe top en een gave of of iets getande bladrand.

De plant bloeit in april en mei. De bloeistengel is meervoudig gaffelig vertakt. De schutbladen zijn ongeveer even lang als de bloemen. De vijfslippige, 1,5 mm grote bloemen zijn blauwachtig wit. De meeldraden staan op de bloemkroon ingeplant. Het driehokkige vruchtbeginsel is onderstandig, waarbij maar één hokje vruchtbaar is.

De langwerpige, bijna vierkantige, 2,5 mm lange vrucht is een kaal tot kort behaart nootje. Op dwarsdoorsnede is de rugzijde van het vruchtbare hokje niet kurkachtig verdikt en aan de buikzijde zitten de twee door een diepe groeve gescheiden onvruchtbare hokjes. De groeve is doorschijnend.

license
cc-by-sa-3.0
copyright
Wikipedia-auteurs en -editors
original
visit source
partner site
wikipedia NL